‘Elk kind verdient het om gezien te worden’
Ismail Aghzanay (34) geeft lezingen en trainingen door heel Nederland om docenten, bestuurders en jongeren te inspireren. Hij heeft het tot zijn missie gemaakt om ieder kind te zien, te horen en te steunen. Ook schreef hij boeken over onderwijs en kansengelijkheid. In 2021 werd hij uitgeroepen tot Leraar van het Jaar. Ismail woont in Rotterdam en heeft twee kinderen.
Tekst Stefan Popa
Fotografie Annelien Nijland
Ismail Aghzanay werd op zijn zesde van school gestuurd. Twintig jaar later werd hij uitgeroepen tot Leraar van het Jaar. Nu reist hij door het hele land om anderen te inspireren. Waar komt zijn bezieling vandaan?
Als zesjarige lag Ismail Aghzanay onder zijn stapelbed met zijn armen stevig om een poot geklemd. Een juf trok hem aan zijn enkels onder het bed vandaan. Het voelde alsof hij uit zijn eigen slaapkamer werd ontvoerd. Hij schreeuwde en smeekte: “Alsjeblieft, ik beloof dat ik normaal ga doen!” Het hielp niet. Ismail moest naar het speciaal onderwijs. Onhandelbaar, zo luidde het oordeel. Twintig jaar later werd hij uitgeroepen tot Leraar van het Jaar. Maar dat moment, alweer zo lang geleden, zal hij nooit van zich af kunnen schudden.
‘Ik geloof dat ik iets moet bijdragen
aan het geluk van anderen’
Geknakt
Die dag werd hij weggehaald uit zijn vertrouwde wereld en met een taxi – “toch best cool” – naar een school gebracht die hij als kind alleen kende van het scheldwoord in de wijk: ‘de mongolenschool’. Zijn geloof in zichzelf was geknakt. Hij praat snel en zit vol energie, onderbreekt zichzelf regelmatig om een nieuwe gedachte na te jagen, maar keert uiteindelijk steeds terug naar hetzelfde thema: hoe het onderwijs kinderen kan maken of breken. En hoe Ismail besloot om niet te breken. “Weet je wat ik het ergste van dat moment vind? Dat ik mijzelf toen al had aangepraat dat ik kennelijk abnormaal was.”
Brede lach
Opgroeien deed Ismail in Rotterdam-Feijenoord in een traditioneel, liefdevol Marokkaans gezin met zes broers en zussen. Vader werkte, moeder zorgde voor het thuisfront. “Financieel hadden we het niet breed, maar dat besefte ik pas veel later. Als je opgroeit in een bepaalde omgeving, dan weet je niet beter.” Toen Ismail en zijn vriendjes uit de wijk een keer met de rijke kinderen in Hillegersberg speelden en zij om zes uur thuis moesten zijn voor het eten, keken Aghzanay en zijn vrienden elkaar aan. Bij hen in de wijk at de een om twee uur, de ander om zes uur, en weer een ander viel in slaap en werd midden in de nacht wakker om wat te eten. “Die mensen zijn mentaal niet in orde, dachten we.” Er verschijnt een brede lach boven Ismails weelderige baard. Dat doet hij vaak, lachen. Ondanks alles.
Vreemde keuze
Humor was altijd zijn reddingsboei; als onderdeel van een cabaretduo stond hij zelfs in de finale van Cameretten. Maar hij besloot dat zijn podium in het klaslokaal stond. Een vreemde keuze? Dat is nog zacht uitgedrukt: “Ik haatte het onderwijs. Ik had een bloedhekel aan leerkrachten, omdat ik me op allerlei fronten achtergesteld voelde. Ik voelde me niet gehoord, niet gezien, niet gewaardeerd. Maar juist daardoor voelde ik dat ik daar het verschil zou kunnen maken voor al die andere Ismails in Nederland.”
‘Een kind dat aandacht vraagt en
niet krijgt, gaat die aandacht zoeken’
Rood strafbankje
Elke aanraking met ongelijkheid blijkt, achteraf, een sleutelmoment voor Ismail. Maar was hij echt onhandelbaar als kind? Hij is de eerste om toe te geven dat hij een kind was dat aandacht vroeg. “Soms stelde ik vragen en dan werd er gezegd: ‘Ismail, ik kom straks bij je.’ En dan kwam de juf niet. Terwijl de vragen van andere kinderen wel werden beantwoord.” Dat gebeurde constant. Een kind dat aandacht vraagt en het niet krijgt, gaat die aandacht zoeken. “Dan schoof ik tafels door de klas, verhief mijn stem, schreeuwde: ‘Maar ik roep u toch, juf?!’ En dan zat ik daarna weer op dat rode strafbankje buiten de klas.” Ismails ogen dwalen af. Hij lijkt weer terug te zijn in zijn slaapkamer, onder het stapelbed. “Ik heb gesmeekt, weet je, ik heb echt gesmeekt …” Niets hielp.
Zijn vader ging die eerste keer mee naar zijn nieuwe school. Wat Ismail toen zag zou hem altijd bijblijven. Op het schoolplein werd een leerling door vier leerkrachten op de grond gefixeerd met de armen op de rug. “Voor mij flitsten er allemaal scènes voorbij van films. Politieagenten die zo op een crimineel zitten. Ik wilde dit niet.” Maar hij moest.
Lieve knul
Zeven jaar zou hij op die school zitten. “Ik ben blij dat ik die jaren heb overleefd”, zegt Ismail. Maar boos bleef hij. Lange tijd nam hij het zijn leerkrachten kwalijk. Zij vormden de basis voor zijn afkeer van alle leraren die daarna kwamen. Complimenten drongen niet meer tot hem door. Hij had een ondoordringbare muur om zich heen gebouwd. Toch waren er lichtpuntjes. De schooldirecteur die eruitzag als Clark Kent – het alter ego van Superman, brilletje, strak in pak, afgetraind – zei na een incident tegen zijn vader: “Ismail is echt een heel lieve knul. Hij doet het ook supergoed. Maar soms zit hij te hoog in zijn emotie.” Die blik dwars door het label heen, als het ware met de laserogen van Superman dwars door het gedrag naar de mens erachter kijken, zou later de kern worden van Ismails eigen aanpak.
Iets achterlaten
Ismail begon steeds meer zelfvertrouwen te krijgen. Juist door de steun van anderen. Die ene leraar die wel iets in hem zag. “Dat is zó belangrijk. Je kunt het leven niet alleen leven. Ik geloof dat ik iets moet doen met wat ik heb gekregen, dat ik moet bijdragen aan het geluk van anderen.” Maar hoe? “Ik ben met mensen omgegaan die helaas het criminele circuit hebben omarmd, maar ik wilde niet dat pad op. Ik wilde mijn moeder geen pijn doen. Als je hoort dat iemand op jonge leeftijd is overleden, ga je daar steeds meer over nadenken. Wat heb ik gedaan in het leven dat mij gegeven is? En: wat ga ik nog doen? Dat klinkt misschien filosofisch, maar zo voelde het wel.” Die ambitie om iets van het leven te maken dreef Ismail, een jongen met een hekel aan school en leraren, om door te zetten, van vmbo naar mbo naar de … lerarenopleiding. In die tijd kauwde Ismail op een belangrijke, allesbepalende levensvraag. Hij glimlacht en zegt: “Wat wil ik achterlaten als ik er niet meer ben?”
‘Het kind had zichzelf aangepraat dat het normaal was om als dom bestempeld te worden’
Zoeken naar de mens achter het gedrag
Het antwoord vond hij uitgerekend in het onderwijs. Toen hij als stagiair voor een klas middelbare scholieren kwam te staan, zag hij vooral veel kleine versies van zichzelf in de banken zitten. “Leerlingen met gedrag dat anderen als problematisch bestempelden, maar ik kon dat in perspectief plaatsen. Ik dacht: oké, dit kind reageert niet zomaar zo kwaad. Er moet een reden zijn.” Hij zocht meteen naar de mens achter de grote woorden. Voor Ismail was dat logisch, maar die visie bleek lastiger voor anderen. “Tijdens mijn stage was er een leerling die veel vragen stelde. Mijn begeleider was het zat en schreef het woord DOM in kapitalen op een papiertje en draaide het om naar hem. Ik verstijfde. Als stagiair durfde ik er niets van te zeggen, maar ik zocht de leerling later in de gang op en vroeg hem hoe het ging. Hij haalde zijn schouders op. Ik zei: ‘Ik snap dat het pijn doet wat je net moest doorstaan.’ Toen antwoordde de leerling: ‘Nee joh, meneer, ik ben dit wel gewend.’ Dat raakte mij enorm. Het kind had zichzelf aangepraat dat dit normaal was … precies zoals ikzelf ooit had gedacht dat ik abnormaal was.” Ismail kijkt ernstig. De lach is plotseling heel ver. Hij had de jongen aangekeken en sprak exact de woorden die hijzelf als kind had willen horen: “Je moet in jezelf gaan geloven. Laat je niet aanpraten dat je dom bent. Je bent een heel slimme jongen, je hebt veel talent. Geef niet op.” Dat was de eerste keer dat die jongen zoiets hoorde. “Vandaag is hij actief in de Rotterdamse gemeenteraad. We spreken elkaar nog steeds.”
Een leerling echt zien
“Als je mij nodig hebt, ben ik er voor je.” Dat is wat Ismail iedere leerling garandeerde. “Dat betekende niet dat ik alles accepteerde – integendeel – maar ik deed wel mijn best om te begrijpen waar bepaald gedrag vandaan kwam. Daarom stuurde ik nooit kinderen uit de les.” Zijn methode en talent om de leerling écht te zien, zorgden ervoor dat Ismail werd uitgeroepen tot Leraar van het Jaar. Toch staat hij inmiddels niet meer voor de klas. Zijn agenda liep vol met lezingen en trainingen; hij moest accepteren dat hij niet alles kon combineren. Dat was een moeilijke keuze, geeft hij toe. “Als leraar kon ik het verschil maken voor de leerlingen in mijn klaslokaal. Maar wat als ik diezelfde boodschap kan uitdragen naar alle professionals in elke school in heel Nederland?” De keuze was gemaakt. “We weten uit onderzoek dat de verwachtingen die een leraar heeft, zich vertalen naar concreet gedrag bij het kind. Als jij op voorhand al denkt dat een kind iets niet aankan, dan heb je diegene al gediskwalificeerd voordat het de kans heeft gekregen.” Het moge duidelijk zijn: een leraar moet een leerling steunen en motiveren. “Als onderwijsprofessional ben je vooral bezig met het planten van zaadjes”, zegt Ismail. “Maar wanneer, hoe en of ze überhaupt tot bloei komen, weet je nooit. Al geloof ik dat er uiteindelijk iets zal groeien en bloeien.”
Je mag er zijn
“We willen allemaal ergens bij horen.” Ismail zweert bij verbondenheid. Ook in de klas. Juist in de klas. “Als ik me nergens thuis voel, ga ik me isoleren. Dan ontstaat eenzaamheid. En eenzaamheid kan leiden tot het maken van verkeerde keuzes.” Daar ligt een belangrijke taak voor de leraar, benadrukt hij. “Je moet vooral bevestigen dat iemand er mag zijn. Als ik voel dat ik er mag zijn, dan ben ik veel beter in staat om iets te leren.” Hij citeert graag pedagoog Gert Biesta, die het woord ‘onderwijzer’ prefereert boven ‘leraar’. Zo ziet Ismail het ook. “Als leraar wijs je de weg naar volwassenheid. Je begeleidt de ontwikkeling, zonder alles voor te doen. Je geeft ruimte om fouten te maken en juist daarvan te leren. Onderwijzer! Dat is toch een fantastisch vak?”
Samen opgroeien
Ismail is hoopvol over de toekomst van het onderwijs. Tegelijkertijd maakt hij zich zorgen over de toenemende polarisatie. Die manifesteert zich online, in de straatcultuur en dus ook in het klaslokaal. Zijn antwoord? “Brede brugklassen opzetten waar jongeren de tijd krijgen om met elkaar op te groeien. Uitwisselingsprojecten. Thuisbezoeken. En vooral: het gesprek aangaan. Polarisatie doorbreek je door te verbinden.” Ismail is niet bang om ook naar de hofstad te wijzen, niet ver van zijn Rotterdam. “Als bestuurders van dit land niet in staat zijn om elkaar op de inhoud te bestrijden, met respect, wat verwachten we dan van onze jongeren? Goed voorbeeld doet goed volgen. En slecht voorbeeld doet slecht volgen.”
‘De wereld mag iets van mij verwachten’
Nederig
Je moet het zelf doen. Maar niet alleen. Ismail denkt lang na over zijn levenskunst. Er gaat van alles door zijn hoofd. “Het leven is iets wat je is gegeven”, zegt hij. “Dat is niet zomaar iets. Ik wil niet alleen mijn potentieel, maar ook jouw potentieel benutten. Het versterken van de samenleving en andermans leven. De wereld mag iets van mij verwachten.” Het geluk van een ander is zijn geluk. “Als ik iemand help, al is het maar door een boodschappentas naar boven te sjouwen, of door een kind een compliment te geven, dan voel ik me nederig. Want ik besef dat in heel kleine daden iets heel groots kan schuilen.” Ergens in die woorden klinkt de echo van dat zesjarige jongetje onder het stapelbed. Het jongetje dat uiteindelijk leerde dat hij nooit abnormaal was geweest en dat nu anderen helpt om datzelfde te ontdekken. Nee, Ismail staat niet meer voor de klas. Maar een onderwijzer blijft hij voor altijd. Ismail strijkt flink door zijn baard. Hoe hard hij ook wrijft, zijn lach blijft hangen. “Ja, ik denk dat ik nu de onderwijzer ben die ik graag zelf had willen hebben.”
Op de hoogte blijven?
Iederal brengt levensontdekkers bij elkaar. Om met elkaar te ontdekken waar het voor jou in het leven om gaat. Want samen vind je zoveel meer dan wanneer je alleen op zoek gaat.
Wil je op de hoogte zijn van al onze komende events? Meld je dan aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief.